Presenteren doe je zo

Presenteren hoort erbij als je onderzoeker bent. Maar hoe zorg je ervoor dat je publiek daarbij niet in slaap valt? Presentatiecoach Toon Verlinden schudt ons wakker met een wervelend verhaal over piramides, goede slides en badeendjes.

Wat je in elk geval niet moet doen? Je presentatie beginnen met een verhaal over jezelf en daarbij een foto van jezelf op de slide. Want — Verlinden is niet voorzichtig: “niemand is geïnteresseerd in wie jij bent.” Maar hoe begin je een goede presentatie dan wel? Bijvoorbeeld met een menselijk verhaal. Met vragen aan de zaal. Of met een paar interessante feiten. 

De opbouw van je presentatie

Daarna is het de kunst om je klassieke wetenschappelijke opbouw los te laten. “Onderzoekers hebben de gewoonte om te beginnen met de details en van daaruit toe te werken naar de hoofdboodschap”, zegt Verlinden. “Dat moet je omdraaien. Begin met je hoofdboodschap en bouw je presentatie daaromheen.” 

Begin met je hoofdboodschap en bouw je presentatie daaromheen.
Toon Verlinden
focus op onderzoek

De Minto-piramide noemt Verlinden deze aanpak. Na de hoofdboodschap kun je een paar dingen noemen die die boodschap ondersteunen. Als je meer tijd hebt kun je elk van die dingen weer wat verder uitwerken. Het fijne is dat je zo – als dat nodig is – van onderaf stukken kunt wegknippen, en dat de hoofdboodschap daarbij behouden blijft.

Eindig je presentatie vervolgens niet met een slide waarop staat: “zijn er nog vragen?” Of: “bedankt voor je aandacht”, tipt Verlinden. “Dit is de slide die het langst in beeld blijft, omdat er dan vaak nog een heel gesprek ontstaat. Zet daarom je hoofdboodschap nogmaals op die slide. Dan is de kans ook groter dat de vragen over die boodschap gaan.” En, nog een tip voor het einde van je presentatie: maak je presentatie rond door weer te verwijzen naar het verhaal, de vragen of de interessante feiten waar je mee begon. “Dat vinden luisteraars fijn.” 

Just Enough Relevant Information. “Wees correct, maar probeer niet om volledig te zijn op je slides.
Toon Verlinden
Presentatiecoach Toon Verlinden

JERI op je slides

Zo. De structuur staat. Dan kun je nu gaan nadenken over de slides. “Slides zijn er om het voor je publiek makkelijker te maken om de boodschap te snappen”, zegt Verlinden. JERI is daarbij het uitgangspunt: Just Enough Relevant Information. “Wees correct, maar probeer niet om volledig te zijn op je slides.”

Met een verhaal over badeendjes maakt Verlinden duidelijk waarom je niet te veel informatie op een slide moet zetten. Achter hem verschijnt een grote, kleurrijke foto van tientallen badeendjes. “In 1992 viel er van een schip een container met 28.000 badeendjes. Oceanologen gebruikten de badeendjes om onderzoek te doen naar oceaanstromingen.”

Een nieuwe slide verschijnt achter hem: dezelfde foto, alleen staat er dit keer een tekst boven die het verhaal van de gevallen container kort samenvat. “Ik zie dat jullie meteen gaan lezen en dat is ook wat er bij jouw presentatie gebeurt als je er te veel informatie op zet. Hou maximaal 20 woorden per slide aan. Want: slides zijn geen handouts.” 

Presentatiecoach Toon Verlinden