Zelf begon Van-Gijssel als arts in het UGC Heijendael. “Ik kwam er al gauw achter: in de zorginstelling is het wel goed geregeld, maar daarbuiten niet.” Van Gijssel kwam terecht in een ‘oerwoud.’ “Er was geen geoliede machine. Maar langzaam kwamen er olifantenpaadjes. Gaandeweg kwam er financiering. Ik kreeg de zorg overgedragen door de hoogleraar. Dat waren twee chipsdozen vol papieren medische dossiers. Dat lijkt kneuterig, maar dat was het niet. De cliënten die meewerkten, gaven de zorg destijds het cijfer 9. Het was belangrijke data. Ik begon als onderzoeker uiteindelijk met de praktijk, en begon toen pas data te verzamelen, en andersom.”
Trots
Bakker-van Gijssel zegt er trots op te zijn dat de AVG al tien jaar in Nederland bestaat. “We leveren zorg aan mensen die gewoon thuis kunnen blijven wonen. Het onderzoek doen we om samen te werken met zorgprofessionals zoals huisartsen, en we werken regelmatig samen met geneeskundestudenten. Daarnaast leren we wat de wensen en ervaringen van de mensen zelf zijn.”