Hoe woon je prettig?

Een fijn woonklimaat voor bewoners, dat wil iedereen. Dat kan niet zonder een goed werkklimaat. Want leef-, en werkklimaat blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarover ging het in de workshop over positief leefklimaat voor bewoners.

“Iedereen wil op een plek wonen die fijn voelt”, zegt psycholoog en behandelcoördinator Jacqueline van der Linden van Ipse de Bruggen. “Op een residentiële groep is dat minder vanzelfsprekend. Want veel dingen zijn er niet normaal. Het is vaak ook lastiger voor bewoners om uit te leggen wat fijn is. En wat maakt een plek fijn? Daar doen we onderzoek naar.”

“Om een positief leefklimaat te creëren is er ook een goed werkklimaat nodig”, vertelt Van der Linden. Dat is één van de belangrijkste uitkomsten van de onderzoeken. “In het onderzoek naar een positief leefklimaat, gaan we uit van de 'zelfdeterminatietheorie'. Dat klinkt als een moeilijke term, maar binnen die theorie hebben we het eigenlijk simpelweg over autonomie, competentie en verbondenheid. Mag ik als bewoner zelf keuzes maken? Word ik gezien? Voel ik me verbonden? Die drie componenten onderzoeken we nu.”

Veilig voelen

Beleidsadviseur Marieke Speet vult aan: “Op dit gedachtegoed bouwen we verder. Wat is er nou nodig om een positief klimaat eigen te maken bij de medewerkers? Wat werkt nou wel en niet? Als kinderen zich niet veilig voelen in een residentie bijvoorbeeld, ontwikkelen ze zich niet. Dat werkt voor onze andere bewoners ook zo. Om dat te verbeteren, willen we steeds verder doorontwikkelen.”

“Uit het onderzoek naar een positief leef- en werkklimaat blijkt dat de twee onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en continu in verandering zijn”, zegt projectmanager Annelies Mulder. “Als er een nieuwe cliënt komt bijvoorbeeld, en de dynamiek helemaal verandert.”

Als het leefklimaat niet op orde is, de basis niet goed is, dan is groepsbehandeling en begeleiding van cliënten niet effectief. “Want dan voelt de bewoner zich niet veilig.”

Om een positief leefklimaat te creëren is er ook een goed werkklimaat nodig.
Jacqueline van der Linden

Groepsdynamiek

Er zijn allerlei invloeden op het leef- en werkklimaat van bewoners. Speet noemt wat voorbeelden. “De groepsdynamiek, de competenties van een begeleider, de samenwerking onderling, of een leidinggevende dichtbij een team staat of juist niet, maar ook de directie en familie zijn van invloed. Hoe komt de familie zelf binnen in de woning? Ook de vrijwilligers en andere betrokkenen hebben daar invloed op.” Het is volgens Speet belangrijk dat alle professionals en betrokkenen zich daar bewust van zijn.

“De aandacht van het onderzoek gaat nu primair uit naar de basis, dus waar het in het dagelijks werk in de zorg over gaat. Het leefklimaat is dan het uitgangspunt. Begeleiders zien: ah, eindelijk gaat het over ons werk! Want wat wij nu creëren, waar wij energie in steken, dat ís het leefklimaat. Dat geeft de ruimte voor zorgprofessionals om bijvoorbeeld tegen een leidinggevende te zeggen: ‘Je past nu het rooster aan. En zegt dat we pas om acht uur mogen beginnen, maar de cliënt komt al om half zeven uit bed.’ Het is een voorbeeld van een verandering van buitenaf direct van invloed is op het uiteindelijke leefklimaat van de bewoners omdat het werkklimaat wordt veranderd.”

Het perfecte klimaat?

Een perfect woon- en werkklimaat is misschien onhaalbaar omdat het continu in verandering is, maar het belangrijkste dat nodig is, zegt Van der Linden, is bewustwording. Daar begint het mee. “Dat er bij alles wat er wordt beslist en besloten de vraag wordt gesteld: wat heeft dit voor invloed op het leefklimaat? Zo kunnen we blijven doorontwikkelen.”

Verslag Focus op onderzoek